Let op: standaard rekenen wij met panelen met een oppervlakte van 1,635 m2. Hier is het Apv [m²] van afgeleid. Dit kan verwarrend zijn, aangezien deze waarde cruciaal is voor de implementatie in de praktijk.
In het voorbeeld betreft het Apv 3,27 m2. Om te berekenen hoeveel panelen er in totaal nodig zijn, moeten we het Apv dus delen door de oppervlakte van één paneel (1,635 m2). Er zijn dus in totaal 3,27/1,635 = 2 panelen nodig.
Bijvoorbeeld: voor een project is er 16,35 m² aan PV-panelen van 300 Wp/paneel nodig. De aannemer geeft echter aan dat panelen van 285 Wp/paneel goedkoper zijn. Wat nu?
Het aantal benodigde panelen betreft 16,35/1,635 = 10 stuks van 300 Wp/paneel.
Vervolgens wordt de opbrengt van alle PV-panelen samen berekend:
300 Wp/paneel x 10 panelen = 3.000 Wp.
Nu kan het aantal benodigde panelen van 285 Wp/paneel berekend worden:
3.000 Wp/285 Wp/paneel = 10,52 panelen.
Aangezien er geen halve panelen te koop zijn, zal de uitkomst altijd naar boven worden afgerond. U heeft dus 11 PV-panelen van 285 Wp/paneel nodig i.p.v de 10 PV-panelen van 300 Wp/paneel die in de berekening staan.
Uiteraard kunnen wij dit ook voor u omzetten in de berekening. Dit is echter niet noodzakelijk: zolang u kunt aantonen dat u dezelfde hoeveelheid Wp of meer opwekt, is dit voldoende voor de vergunningsaanvraag.